|
De geschiedenis van een Turbo De geschiedenis van de Turbolader en de eerste ontwikkelingspogingen zijn bijna zo oud zoals de geschiedenis van de verbrandingsmotoren. De heren Daimler (1885) en Rudolf Diesel (1896) probeerden reeds de prestaties van de motor te verhogen en het brandstofverbruik te verminderen, door lucht samen te persen. In 1905 werd een octrooi voor een procedure gegeven aan Zwitserse ingenieur Alfred Buechi, door de overgebleven energie van de uitlaatgassen te gebruiken voor de aandrijving van een turbine. Deze turbine zorgt voor de aandrijving van een compressor. Dit was de geboorte van de turbo zoals wij die nu kennen. Buechi slaagde erin met deze combinatie een verhoging van de output van 40% te realiseren. Wegens de grote afmetingen van de eerste turbo's waren de mogelijkheden vooralsnog beperkt tot grote motoren, zoals gebruikt in schepen. De eerste toepassing in de bedrijfsvoertuigsector werd uitgevoerd door Zwitserse vrachtwagenfabriek Saurer in het jaar 1938. De nadruk lag hierbij op betere prestaties bij hoge belasting van de motoren. In de V.S. werd de turbo als eerste gebruikt in een personenauto door de fabrikanten Chevrolet en Oldsmobile (in de jaren '70). Deze turbo toepassingen waren nochtans van tijdelijke aard, omdat ondanks de wezenlijke technische verbetering, de bereikte betrouwbaarheid niet naar wens was. Algemeen aanvaard werd de turbolader slechts na de grote oliecrisis in het jaar 1973, eerst in de bedrijfsvoertuigsector. In bedrijfswagens is nu bijna 100% van de dieselmotoren uitgerust met turbo's. In de jaren '70 werd de uitlaatgas turbocharger ook geschikt gemaakt voor de populaire benzine motor. De fabrikanten zoals BMW en Saab brachten de eerste voertuigen met geladen benzinemotoren op de markt. Bijna alle andere automakers volgden deze tendens. Nagenoeg alle merken leveren nu auto's met turbo motoren. Het woord "turbo" werd een statussymbool. De benzinemotoren met een turbo zorgden voor zeer hoge prestaties, maar waren niet noodzakelijk economisch. Dit wegens de nog vrij grote turbochargers en de late reactie op het gaspedaal. Het specifieke turbo-gat, betekende een comfortverlies, door verdere ontwikkeling en verkleining van de turbo kon dit probleem verholpen worden. De daadwerkelijke doorbraak voor turbo's in massaproductie volgende met de turbo diesel motor voor de golf van Volkswagen en de 300 SD van MercedesBenz in het jaar 1978. Momenteel zijn nagenoeg alle nieuwe diesel motoren leverbaar met een turbo. De turbolader wordt niet allen gebruikt voor het verhogen van de prestaties, maar ook voor de besparing van brandstof en de verbetering van de uitlaatgassen. Een verder voordeel van de turbo-motoren in massaproductie is de gunstige productiekosten, omdat een 4-zylinder turbomotor in de productie goedkoper is dan een 6-zylinder motor zonder turbo. Daarnaast is een 6-zylinder zuigermotor groter en zwaarder dan een 4 cilinder turbomotor , welke het totale voertuiggewicht en de brandstofconsumptie negatief beïnvloedt. Door de verschillende mogelijkheden van de turbo heeft de mechanisch aangedreven compressor de strijd verloren. |
![]() |